Volgen

Houdt Figlo al rekening met de toekomstige wijziging percentages schijventarief en verdere verlaging aftrektarief kosten eigen woning?

 

Figlo houdt o.a. al rekening met de wijziging percentages schijventarief waardoor uw Inkomstenbelasting jaarlijks (kunnen) verschillen.

 

De verlaging aftrektarief kosten eigen woning is ook opgenomen.

 

Wijziging percentages schijventarief en verdere verlaging aftrektarief kosten eigen woning

De artikelen 3.7 t/m 3.31 van de Wet maatregelen woningmarkt 2014 wijzigen met ingang van respectievelijk 2018 t/m 2042 de tarieven van box 1. Ze regelen dat geleidelijk het gecombineerde tarief in de tweede schijf en het tarief in de derde schijf tot en met 2042 in totaal met 4 %-punt wordt verlaagd, en wel vanaf 2018 achtereenvolgens negen keer met 0,05 %-punt per jaar, vijf keer met 0,1 %-punt per jaar, drie keer met 0,15 %-punt per jaar, vier keer met 0,2 %-punt per jaar, een keer met 0,3 %-punt, en drie keer met 0,5 %-punt per jaar. Het tarief van de vierde schijf wordt tot en met 2039 met dezelfde percentages verlaagd, in totaal dus met 2,5 %-punt.


Het Belastingplan 2016 verhoogt aanvullend het tarief van de tweede en derde schijf met 0,1%-punt in de jaren 2018, 2020 en 2023 en met 0,05%-punt in de jaren 2019, 2021, 2022 en 2024 tot en met 2031, dus in totaal met 0,85%-punt. Gecombineerd met het bovenstaande regelen ze dus dat het tarief in de tweede en derde schijf tot en met 2042 per saldo met 3,15 %-punt wordt verlaagd, en wel in 2018, 2020 en 2023 wordt verhoogd met 0,05 %-punt, en vanaf 2027 achtereenvolgens vijf keer met 0,1 %-punt per jaar verlaagd wordt, drie keer met 0,15 %-punt per jaar, vier keer met 0,2 %-punt per jaar, een keer met 0,3 %-punt, en drie keer met 0,5 %-punt per jaar.


Het aftrektarief kosten eigen woning, dat in 2017 50% bedraagt, daalt jaarlijks met 0,5 %-punt, maar wordt niet lager dan het tarief in de tweede en derde schijf. In 2037 is het 40%, net als het tarief in de tweede en derde schijf. Vervolgens blijft het daaraan gelijk, en daalt dus mee: een keer met 0,2 %-punt, een keer met 0,3 %-punt, en drie keer met 0,5 %-punt per jaar.


Het gereduceerde belastingtarief voor inkomen besteed aan kosten eigen woning is steeds het tarief in de vierde schijf, verminderd met het aftrektarief. In 2017 bedraagt het dus 2% (zie ook boven), en stijgt het achtereenvolgens negen keer met 0,45 %-punt per jaar tot 6,05% in 2026, vijf keer met 0,4 %-punt per jaar tot 8,05% in 2031, drie keer met 0,35 %-punt per jaar tot 9,1% in 2034, drie keer met 0,3 %-punt per jaar tot 10% in 2037. Het blijft vervolgens twee keer gelijk, en vanaf 2040 stijgt het weer, en wel drie keer met 0,5 %-punt per jaar tot 11,5% in 2042.


Zoals altijd ligt het tarief van de tweede schijf voor AOW'ers steeds 17,9 %-punt lager dan de bovengenoemde percentages voor wie jonger is.
De wetstechnische vormgeving is als volgt. De Wet maatregelen woningmarkt 2014 II wijzigt met ingang van vele toekomstige jaren de Wet inkomstenbelasting 2001, onder meer in die zin dat deze met ingang van 1 januari van elk betreffend jaar de in art. 2.10, eerste lid, IB opgenomen percentages van het tarief in de tweede, derde en eventueel vierde schijf met het aangegeven aantal %-punt verlaagt.
Artikel 10.2a IB (Jaarlijkse aanpassing correctie tarief aftrekbare kosten eigen woning) bepaalt dat bij het begin van het kalenderjaar het in artikel 2.10, tweede lid vermelde percentage (het gereduceerde belastingtarief voor inkomen besteed aan kosten eigen woning) verhoogd wordt met 0,5%-punt en vervolgens verminderd of vermeerderd wordt met eenzelfde aantal procentpunten als het aantal procentpunten waarmee het tarief van de vierde schijf wordt verlaagd, respectievelijk verhoogd. Het wordt echter niet meer dan het verschil tussen het tarief van de vierde en dat van de derde schijf. Voor het geval het tarief van de vierde schijf met een andere Wijzigingswet in enig jaar zou worden verlaagd tot onder het beoogde aftrektarief van dat jaar, wordt alvast bepaald dat het gereduceerde belastingtarief voor inkomen besteed aan kosten eigen woning dan niet negatief wordt maar nul, dus dat het aftrektarief dan extra verlaagd wordt, tot het nieuwe tarief van de vierde schijf.


Met ingang van 2018 wordt de 2% dus verhoogd met 0,5%-punt en vervolgens verminderd met eenzelfde aantal procentpunten als het aantal procentpunten waarmee het tarief van de vierde schijf wordt verlaagd, te weten 0,05 %-punt, met als resultaat 2,45 % (per saldo een verhoging met 0,45 %-punt, zoals hierboven al vermeld). Het aftrektarief kosten eigen woning bedraagt in 2018 dus 49,5%

 

Verlenging derde schijf

De Wet maatregelen woningmarkt 2014 na toepassing van het Belastingplan 2016 en de bijstellingsregelingen t/m Bijstellingsregeling directe belastingen 2017 wijzigt met ingang van de jaren 2018 t/m 2031 de Wet inkomstenbelasting 2001 ook in die zin dat de derde schijf jaarlijks wordt verlengd, met € 891 in elk van de jaren 2018 t/m 2021 (art. 3.7 t/m 3.10), € 886 in elk van de jaren 2022 t/m 2025, en vervolgens licht afnemende bedragen in elk van de jaren 2026 t/m 2031.  De bovengrens van de derde schijf wordt daarnaast ook hoger door de inflatiecorrectie. In 2018 is deze grens bijvoorbeeld in totaal € 1435 hoger dan in 2017.

 

 

Was dit artikel nuttig?
Aantal gebruikers dat dit nuttig vond: 0 van 0
Hebt u meer vragen? Een aanvraag indienen